The 24-hour Zuid-Holland Big Day – Setting the record!!!

On Friday the 8th of May, Garry Bakker, Daniel Benders, Danny Laponder and myself recorded a massif 160 (!) species during a 24-hour Big Day in the province of Zuid-Holland; a new record! As always with a Big Day it was exhausting, exiting, hectic, but an amazing experience. When we finished after 24 brutal hours we were practically falling apart of fatigue, but in the end the juice was worth the squeeze!

 

The record would have been 161 species, but the Purple Heron (Purperreiger) we saw, turned out to  be just a couple of hundred meters  inside the province of Utrecht; a rookie mistake!

 

Highlights in chronological order were: Little Bittern (Woudaap), Great Bittern (Roerdomp), Long-eared Owl (Ransuil), Little Owl (Steenuil), Tawny Owl (Bosuil), Barn Owl (Kerkuil), Bufflehead (Buffelkopeend) (Displaying at 2 AM in the morning!), Quail (Kwartel), Woodcock (Houtsnip), Ortolan (Ortolaan), Yellow-headed Wagtail (Engelse gele kwikstaart), Caspian Gull (Pontische meeuw), Yellow-legged Gull (Geelpootmeeuw), Little Spotted Woodpecker (Kleine bonte specht), Grey Partridge (Patrijs), Icterine Warbler (Spotvogel), Temminck’s Stint (Temminck’s strandloper), Velvet Scoter (Grote zee-eend), Merlin (Smelleken), Eurasian Flamingo (Flamingo), Black Brent (Zwarte Rotgans), Black Guillemot (Zwarte zeekoet), Kentish Plover (Strandplevier), European Turtle Dove (Zomertortel), the in May notoriously difficult Northern Pintail (Pijlstaart), Common Murre (Zeekoet), little Egret (Kleine zilverreiger) and Shag (Kuifaalscholver).

 

engelse

Yellow-headed Wagtail, by Garry Bakker

 

pont

A very welcom flock of Gulls, containing Greater-black-backed, Caspian and Yellow-legged, by Garry Bakker

 

geelpoot

Yellow-legged Gull, by Garry Bakker

 

kuifaal

The last new one for the day; Shag, by Garry Bakker

 

team2

Exhausted, but very content!  FLTR: Garry Bakker, Arjan Dwarshuis, Daniel Benders and Danny Laponder

 

Below you’ll find the full report (written in Dutch, by Garry Bakker) of this mesmerizing day!

 

Nieuw Zuid-Hollands big day-record: 160 soorten

Op vrijdag 8 mei 2015 hebben Danny Laponder, Garry Bakker, Daniël Benders en Arjan Dwarshuis een 24 uurs-big day gehouden in de provincie Zuid-Holland. Voor Danny en Garry was dit de elfde editie sinds 2002; voor Daniël de zevende en Arjan deed voor het eerst mee aan een 24 uurs-big day, na zijn sporen te hebben verdiend in twee fietsedities in Den Haag (en andere lijstgerelateerde strapatsen) en ter vervanging van de in het buitenland verblijvende Rinse van der Vliet, die negen eerdere edities meedeed. Doel was om het ‘eigen’ record van 158 uit 2008 scherper te zetten. Zowel de diverse aanwezige zeldzaamheden, vroege zomergasten, late wintergasten als kansrijke omstandigheden voor zichtbare landtrek, maakten de gekozen dag veelbelovend. Daarnaast vormde de goede score van 154 van een debuterend team op 2 mei een extra stimulans om er weer vol voor te gaan dit jaar.

 

Met Garry achter het stuur, Arjan als geluidenman, Daniël als notulist en Danny als geweten, trappen we om klokslag 00:00 af bij het moeras langs de noordoever van de Zevenhuizerplas met een reeks bulksoorten; Waterhoen, Meerkoet, Rietzanger, Fuut, Kleine Karekiet, Kleine Mantelmeeuw, Krakeend, Blauwe Reiger, Blauwborst, Scholekster, Visdief, Wilde Eend, Kuifeend, Grauwe Gans, Scholekster en Kokmeeuw. Een vanuit een naastgelegen bosje roepend vrouwtje Ransuil is een veelbelovende start en het wordt helemaal mooi wanneer een tweede Ransuil recht over ons heen vliegt. Luidroepende Zwartkopmeeuwen om 00:07 betekenen de snelste bijschrijving van deze soort ooit tijdens onze big days. Na tien minuten begint gelukkig het mannetje Woudaap te roepen, twee minuten later gevolgd door een Roerdomp. Een Kleine Plevier vliegt roepend over. De Waterral werkt helaas niet mee, ondanks verwoed geluid afspelen. We moeten door. Om 00:25 rijden we de naastgelegen Eendragtspolder in waar de Torenvalk zoals verwacht in de nestkast zit en Kievit, Grote Canadese Gans, Knobbelzwaan en Tureluur worden genoteerd. Ook hier geen Dodaars, ondanks dat het gebied ervan vergeven is. Een poging om een zingende Bosrietzanger te vinden op voor deze soort gebruikelijke plekjes mislukt ook; de hoofdmacht is duidelijk nog niet gearriveerd. Terug rijden we opnieuw langs de noordoever van de Zevenhuizerplas, waar om 00:40 de Snor meteen wordt binnengetikt maar de Waterral opnieuw verstek laat gaan; heel vervelend.

 

We rijden naar Zevenhuizen, waar op drie broedlocaties de (zeker aanwezige) Steenuil zich niet laat horen of zien. Op de vierde locatie, het is inmiddels 1:10, lukt hij gelukkig wel; we zien de vogel zoals gehoopt meteen zitten voor de nestkast. Een poging voor Kerkuil in de buurt van Benthuizen mislukt maar levert wel een roepend vrouwtje Ransuil op. Een op waarneming.nl ingevoerd roepend Porseleinhoen doet ons besluiten naar het Zaans Rietveld bij Alphen a/d Rijn te rijden. Deze soort lijkt erg moeilijk dit jaar dus wie weet. Omstreeks 2:00 wandelen we het gebied in, wat Bergeend, baltsende Zomertaling, Lepelaar, Kluut, Grutto en Wulp oplevert, maar geen Porseleinhoen. Uiteraard geloven we niets meer van de waarneming in kwestie, mede gezien de wat twijfelachtige biotoop. In de verte zingt een Sprinkhaanzanger en zit een Bosuil te roepen; uil nummer drie, nog één te gaan.

 

Na een kleine drie kwartier rijden arriveren we bij Rhoon, waar we om 2:45 direct de gehoopte Kerkuil horen roepen, inclusief bedelende jongen (Niels veel dank!). Tot onze grote verrassing horen we hier plots een Kwartel roepen, vrijwel zeker een overvliegend exemplaar want het geluid lijkt zich te verplaatsen en na en paar minuten wachten blijft het stil. Tegen drieën wandelen we snel het fietspad af richting de zuidoever van de Gaatkensplas, waar we in het felle schijnsel van de straatverlichting aan de overkant wonderlijk eenvoudig het mannetje Buffelkopeend weten te vinden. De vogel dobbert dichtbij met wat Kuifeenden en we weten nu dat hij ook in het holst van de nacht baltst. In de verte zingt een Nachtegaal. De (bezette) nestkast van de Slechtvalken in de Waalhaven blijkt toch serieus te hoog te hangen om ook met een idioot felle zaklamp wat te kunnen betekenen. Even verderop blijken de populieren waarin zich een Roekenkolonie moet bevinden wel erg veel blaadjes te hebben en waar zaten die nesten nou ook alweer? Geen Roek te horen bovendien. Het is nu 03:35. In het alomtegenwoordige natriumlicht van de Waalhaven zingen gelukkig wel een Houtduif en, veel beter, een Zwarte Roodstaart!

 

We besluiten een ultieme poging te doen voor Waterral en rijden naar de Rietputten, ten westen van Vlaardingen. Omstreeks 4:00 lopen we toch maar een stukje het gebied in bij de westelijke ‘bak’. Hier zit een Cetti’s Zanger luid te zingen en na een paar minuten spelen is het raak; een alarmerende Waterral! Om 4:15 besluiten we toch maar een poging te doen voor Kwak in Diergaarde Blijdorp en koekeloeren en schijnen we door de hekken naast de ingang het flamingo-verblijf af. Geen Kwak en gelukkig ook geen passerende politie of mensen met moeilijke vragen. Tussen de Kroeskoppelikanen iets verderop lukt het ook niet, maar kan wel Aalscholver worden bijgeschreven. Aan de overkant van de straat zingen Roodborst en Merel. Het is 4:30 en we rijden onder de Ooievaar door de A13 op richting Meijendel, waar we amper een half uur later arriveren en het tijd is om bovenop het Kievitsduin snel een paar boterhammen naar binnen te schuiven, onderwijl genietend van een stortvloed aan nachtegalengezang. Een Zanglijster is de eerste in een lange reeks soorten die we in Meijendel moeten zien te vinden de komende uren. Om 5:00 rijden we de Meijendelseweg op en meteen bij de eerste stop (“dit ziet er goed uit hier”) vliegt een baltsende Houtsnip de weg over! De laatste big days mislukte hij en bepaalde zegslieden beweerden dat de soort er niet meer zou zitten. Nou, niet dus. Na een paar minuten horen we de vogel opnieuw. Euforie.

 

Het ochtendkoor komt op gang met Koekoek, Gekraagde Roodstaart (daar zat het duin bomvol mee), Winterkoning, Koolmees, Boomkruiper, enkele Bosuilen en Tjiftjaf. We parkeren naast de boerderij en lopen verder de Vallei in waar we in het gevarieerde duinbos Zilvermeeuw, Zwartkop, Vink, Zwarte Kraai, Fitis, Grote Bonte Specht, Pimpelmees, Spreeuw en Kauw bijschrijven. Het begint echter vervelend lang te duren met zowel Boomleeuwerik als Boompieper, maar we besluiten flink wat meters te maken om daar verandering in te brengen. Om 5:54 vliegen twee Appelvinken over, een soort waar we de komende uren in Meijendel en Wassenaar nog zes(!) keer tegenaan zouden lopen. Onverwachts blunderen we om 6:02 tegen een zingend mannetje Grote Lijster in een boomtop aan, om 6:15 gevolgd door twee Grauwe Vliegenvangers. Beide soorten die we hier niet hadden ingecalculeerd, wat ons later op de dag tijd bespaart. We lopen verder, wat Gaai, Putter en – eindelijk- Boompieper en Glanskop oplevert. In de hoop dat Boomleeuwerik wel lukt in de zeereep verlaten we om 6:30 de vallei om richting kust te lopen. Boerenzwaluw, Witte Kwikstaart, Holenduif, Brandgans, Tafeleend, Buizerd, Huiszwaluw, Grasmus en Ekster worden genoteerd. We hoeven er niet voor om te lopen want twee mannetjes Krooneend liggen in het plasje langs het pad naar de zeereep, waar verder nog Tuinfluiter, Heggenmus, Gierzwaluw en Staartmees kunnen worden opgeschreven. Heel blij worden we van twee jagende Boomvalken om 07:15, maar nog veel blijer worden we van de Ortolaan die Arjan vier minuten later oppikt, vliegend naar noordoost. Het is pas de tweede in een reeks van elf Zuid-Holland-big days.

 

In de zeereep zitten de gehoopte Boomleeuwerik, alsmede Graspieper, een fraai mannetje Tapuit en een nog mooiere volwassen Havik bovenop een duintop. Ondanks dat er nauwelijks wind staat is het lekker weer en is er nog wel enige landtrek te bespeuren, wat Oeverzwaluw, Kneu, Gele Kwikstaart en Engelse Kwikstaart oplevert. Boven zee is het rustig, heel rustig. Zo rustig dat we pas na een half uur een Grote Stern kunnen noteren! Verder vliegt er een Bruine Kiekendief langs, een groep Rotganzen, twee Regenwulpen, twee Dwergsterns en om klokslag 8:00 uur, de eerste van twee adulte Jan-van-genten. Het ‘standaard’ groepje Zwarte Zee-eenden op de horizon blijft echter uit en dat doet pijn. Op het strand staat, in tegenstelling tot eerdere jaren, een groep van enkele tientallen meeuwen onderaan de strandopgang. Naast verschillende Grote Mantelmeeuwen en Stormmeeuw, vinden we algauw zowel een derde-kalenderjaars Pontische Meeuw, als een tweede-kalenderjaars Geelpootmeeuw, die beide voor de zekerheid worden gefotografeerd om sceptici de mond te kunnen snoeren (we noemen geen namen, haha). Een Goudvink in een boomtop op een kilometer is ook meer dan welkom en met weinig extra moeite worden twee Roodborsttapuiten uit de zeereep gepulkt. Om 8:35 lopen we terug, wat alleen nog een zingende Braamsluiper oplevert. Om 9:00 uur staan we weer bij boerderij Meijendel waar volhardend geluid afspelen na vijf minuten toch nog een fraai mannetje Kleine Bonte Specht oplevert. De rijkelijk van dennen voorziene villatuinen tegen het binnenduin aan zijn ons volgende doel, waar we uitentreuren proberen een Kuifmees te vinden. Het is diverse keren gelukt hier, maar na dik een half uur geven we het op. Gelukkig lukt Goudhaantje hier wel, al komen we er daar binnen een kwartier nog een van tegen wanneer we zoeken naar een Boomklever. Boomklevers zijn notoir stille rakkers begin mei maar een geschikt ogende laantje met hele oude eiken moet haast wel iets opleveren, zeker nadat de eerste de beste passant met hond meldt: “ja, die heb ik wel eens in de tuin”. Na vijf minuten wachten, tapen en tegen elkaar kankeren (“We gaan!” Nee we blijven staan!”) komt er een Boomklever aanvliegen die zijn nesthol induikt. Met ook nog een zingende Groenling erbij rijden we om 10:15 met 112 soorten op zak Wassenaar uit.

 

We blazen de A12 over richting het oosten, met de braakliggende percelen van bedrijventerrein Prisma als eerste bestemming. We hoeven er niet heel lang te zoeken naar een paartje Patrijs. Via Kruisweg, waar we Turkse Tortel en Huismus meepakken, rijden we richting Moerkapelle, waar om 10:44 naast de Hollevoeterbrug over de Rotte snel een zingend mannetje Ringmus wordt gevonden. In de polder tussen Moerkapelle en Waddinxveen blijkt de Spotvogel er nog steeds te zitten (bedankt Martin!) maar levert minutieus scoopwerk niet de gehoopte Goudplevieren op. We besluiten het roer om te gooien en voor de tweede keer deze dag naar de Eendragtspolder bij Zevenhuizen te rijden (10 minuten), waar we om 11:35 arriveren. Vanaf de uitkijktoren tikken we Slobeend, Kolgans, Smient, Dodaars, Geoorde Fuut, Bontbekplevier, een (voor dit gebied ongebruikelijke) Zilverplevier, Groenpootruiter, Oeverloper, Zwarte Stern en de altijd onvoorspelbare Kemphaan (waarvan er later elders toch nog enkele zouden volgen). De beste soort hier betreft de Veldleeuwerik, de enigen van de dag. Om 12:00 uur stoppen we wederom bij de naastgelegen moerasstrook langs de noordoever van de Zevenhuizerplas, waar het vinden van een Rietgors geen enkel probleem is en ook Baardmannetje direct wordt gescoord.

 

Hierna nemen we de eerste echt verkeerde beslissing door drie kwartier door ’t Weegje te lopen, wat wel Sperwer (2x) oplevert maar verder niet de gehoopte Watersnip of iets anders (en tot overmaat van ramp zouden we nog zeker zes keer een Sperwer tegenkomen de rest van de dag). Op naar het Doovegat, een polderplasje bij Haastrecht, waar we om 13:00 een Grote Zilverreiger, een Temmincks Strandloper, een Bonte Strandloper en enkele Bosruiters in de kijker krijgen. Voor de zekerheid besluiten we om 13:51 toch maar even naar de Roeken langs de A12 bij Driebruggen te rijden (wat ook dom was aangezien we er op de terugweg van de Groene Jonker weer langs zouden rijden) en daarna in één ruk door te karren naar Nieuwkoop. De Ruygeborg levert hier niet de gehoopte drie Zwarte Ibissen op (die er getuige de waarneming van een betrouwbare local op dat moment dus wel gewoon zaten); slechts een mannetje Wintertaling wordt hier geplust (maar die zouden we in de Delta nog meer tegenkomen).
Dan de tweede fatale beslissing van de dag: de Groene Jonker. Géén Witvleugelsterns (meer), géén Toendrarietgans (hoewel die er moet hebben gezeten getuige waarnemingen deze dag), géén Pijlstaart, géén Purperreiger en verder niets nieuws. Een poosje posten in de omgeving van Woerdsense Verlaat levert ook al geen Purperreiger op en de enige Purperreiger die we wél zien blijkt achteraf enkele honderden meters in de provincie Utrecht (want de snelste route terug richting A12 leidde daar doorheen) te zijn gedaan en dus niet telbaar. Gelukkig kwamen we daar een dag later thuis pas achter (…). Resumerend; de gehele periode tussen 13:00 en 15:30 hebben we totaal verkloot.

 

Gelukkig zit het verkeer mee en zit de Slechtvalk om 16:23 boven in de hoogspanningsmast in het Haringvliet bij de Hellegatsplaten (even later vliegt een tweede langs, een derde volgt later op de Slikken van Flakkee). Een wandeling naar schuilhut de Kluut levert wel Middelste Zaagbek en de tweede zingende Spotvogel van de dag op, maar helaas geen Matkop (ondanks agressief tapen en een waarneming daags ervoor). Door een misverstand rijden we straal voorbij de juiste afslag naar de IJsduiker op het Krammer ten oosten van Oude Tonge, wat verklaart waarom we hem ten westen van Oude Tonge niet konden vinden. Hier zit om 17:30 gelukkig wel het paartje Grote Zee-eend. Terugrijden blijkt vanwege de beperkte tijd die we hebben helaas geen optie meer. Twintig minuten later staan we bij Battenoord, waar Rosse Grutto, Steenloper en een Flamingo zitten. De Kleine Zilverreiger aan de overkant blijkt bij nadere beschouwing in Zeeland te zitten en dus niet telbaar. Een langsvliegend Smelleken vormt hier echter het keerpunt en de motivatie voor ons dat er toch nog enig perspectief aan de horizon gloort, ondanks uren van tegenslag. Tijdens het checken van het Paardengat bij Herkingen, het is inmiddels 18:15, wordt wederom geen Watersnip of Noordse Kwikstaart ontdekt, maar blijkt acher onze ruggen wel een Groene Specht in een boom te zitten, ook al zo’n notoire misser tijdens big days midden in de broedtijd van deze soort. Een stop bij de Slikken van Flakkee-Zuid levert om 18:30 vier Kanoeten op, alsmede -verrassend genoeg- opnieuw Flamingo, en wel vier ongeringde exemplaren. Maar helaas geen Krombekstrandloper.

 

Rijdend richting Brouwersdam zien we ter hoogte van Ouddorp de grote groep Rotganzen van deze omgeving geconcentreerd en dicht langs de weg zitten; reden om er meteen maar naar te kijken voordat ze vertrokken zijn. Binnen enkele minuten wordt een adulte Zwarte Rotgans gevonden en rijden we verder richting de Brouwersdam, waar we om 19:15 meteen de adult zomerkleed Zwarte Zeekoet zien dobberen bij de punt van de noordelijke strekdam. Helaas hier geen Paarse Strandloper, Eider of andere bijschrijvingen meer. Omstreeks 19:30 scannen we de kale randjes op en rond het eiland Markenje waar een mannetje Strandplevier snel is gevonden (en ook hier weer Steenloper). Na een korte rit om de kale oostpunt van het eiland beter te kunnen bekijken, is ook een wonderschoon paartje Noordse Sterns op de nestplaats een feit. Als een malle racen we over smalle binnenweggetjes richting Oostdijk, waar we vanaf de parkeerplaats het wandelpad richting Kwade Hoek omhoog rennen. Ver hoeven we niet te lopen want vrijwel meteen horen we een koerend mannetje Zomertortel. Het is nu 19:52 en we gaan door richting de buitenhaven van Stellendam, waar we vanaf de buitendam de slikken van de Kwade Hoek scannen. Helaas is het hoogwater, zitten de meeste vogels ver weg, wordt er veel gevlogen en neemt het licht zienderogen af. Een groepje Zwarte Ruiters (soort nummer 153) in volledig zomerkleed is snel gevonden om 20:10, maar pas tien minuten later heeft iedereen Drieteenstrandloper (154) gezien. Ondanks nog eens tien minuten scannen slagen we er niet in om een zekere Krombekstrandloper te vinden, de waarnemingsomstandigheden zijn echt te slecht. Fijn genoeg wordt om 20:30 wel een adult mannetje Eider (155) gevonden, staand op een rand in de monding van het Haringvliet. Daar hadden we niet meer op gerekend.

 

Om 20:44 arriveren we bij de Strypse Wetering waar pal naast de weg het paartje Pijlstaart (156) nog aanwezig blijkt; een bijna mythische soort vanwege de negatieve ervaringen ermee tijdens eerdere ZH-big days (want op de dag zelf bijna altijd vertrokken/onvindbaar; slechts één keer eerder op een totaal van tien edities lukte hij wel). Omstreeks 21:00 staan we bij Slag Stormvogel langs het Oostvoornse Meer waar een (nu wel telbare) Kleine Zilverreiger (157) op een van de strekdammen loopt. Na vijf minuten zoeken wordt een mannetje Brilduiker (158) gevonden in de uiterste zuidoosthoek van het meer. Omdat het licht met de minuut afneemt en we verder niets kunnen vinden rijden we snel door naar Slag Bergeend om de westzijde van het meer beter te kunnen bekijken. Na tergend veel minuten lukt het eindelijk om een –veelvuldig duikend en dus lastig vindbaar- paartje Zeekoet (159) in zomerkleed te vinden, dat niet eens zo gek ver weg zit. Hoewel het donker weer is en het inmiddels licht is gaan regenen, besluiten we nog een poging te doen voor een laatste soort op de Maasvlakte. Met veel vaart gaat het richting oostpunt Stuifdijk / eiland de Kleine Beer (a.k.a. Papegaaienbekeiland) waar we de gehoopte soort echter schittert door afwezigheid. Dan maar terug via de buitenkant van de dijk, deels met goed zicht op de blokkenoever van de Nieuwe Waterweg.

 

Het is inmiddels al 21:40 maar nog steeds niet donker. De stop ter hoogte van een lichtbaken in de Waterweg blijkt een gouden zet: er zit ‘iets’ op het baken en algauw staan we naar DRIE Kuifaalscholvers (160) te kijken! Het zijn een tweede-kalenderjaars en twee derde-kalenderjaars vogels mét kuif. Na het maken van een paar selfies (mét en zonder Kuifaal) is het tijd voor een korte break om onze overwinning te vieren. Daarna rijden we door de regen terug naar Zevenhuizen. Eenmaal in het donker blijkt 40 uur zonder slaap toch wel wat slaapverwekkend maar tot 23:30 zoeken we nog ijverig diverse plekken af waar het later in het jaar sterft van de Bosrietzangers; er één twitchen (als die al klopt …) zien we na een kleine 600 km niet meer zitten. Na een bak koffie scheiden onze wegen; hoewel we ons alweer kromme vingers lopen te whatsappen over de strategie voor de volgende editie. Deze dag zal nog lang in ons collectieve geheugen nadreunen.

 

Tot slot
Wel geprobeerd, niet waargenomen: Toendrarietgans, Zwarte Zee-eend, Kwak, Porseleinhoen, Steltkluut, Goudplevier, Kleine Strandloper, Krombekstrandloper, Paarse Strandloper, Watersnip, Dwergmeeuw, Witvleugelstern, Bosrietzanger, Matkop, Kuifmees.
Overige missers: Grote Zaagbek, IJsduiker, Zeearend, Witgat, Grote Jager, IJsvogel, Draaihals, Noordse Kwikstaart, Rouwkwikstaart, Paapje, Grote Karekiet, Fluiter, Vuurgoudhaan, Buidelmees, Wielewaal, Raaf, Sijs, Kleine Barmsijs.

 

Happy birding!

Arjan Dwarshuis
Arjan Dwarshuis
birding@arjandwarshuis.com